Afgelopen dinsdag zijn de Miljoenennota en Belastingplan 2023 gepresenteerd. Met de algemene beschouwingen en nadere debatten zullen er wellicht nog wat scherpe kantjes afgaan, maar kort samengevat zijn de gevolgen:
 – Ondernemers krijgen een hogere belastingdruk;
 – Particulieren, consumenten worden 'aan de onderkant' ontzien;
 – Iedereen krijgt te maken met prijsstijgingen (inflatie), vroeg of laat, linksom of rechtsom.

Belastingplan 2023

Dit bestaat uit 7 wetsvoorstellen, die in de neiuwsbrief per item uitgebreid worden behandeld.
In dit artikel zijn vooral het vermelden waard:

Lonen en vergoedingen

Belangrijkste wijziging is de verhoging van het minimumloon met 8,05% (begroting min. SZW). Inclusief normale indexatie wordt het minimumloon per 1-1-2023 10,15% hoger dan nu. Bij een 36-urige werkweek van een 21-jarige (of ouder) komt het minimumloon dan op zo'n € 12,40 p/u uit. 

De onbelaste thuiswerkvergoeding gaat omhoog naar € 2,13 (2022: € 2). Hierin is geen rekening gehouden met gestegen energiekosten.

De maximum onbelast te vergoeden kilometervergoeding gaat van de al jaren gelijk gebleven € 0,19 per km in 2023 naar € 0,21 en in 2024 naar € 0,22. Dit werkt ook door in aftrekposten IB zoals reiskosten bij zorgkosten en bij vergoedingen IB-ondernemers die een privé-auto gebruiken voor de zaak.

Voor dga's geldt de gebruikelijkloonregeling. Als er geen sprake is van een 'meest vergelijkbare dienstbetrekking' geldt voor dga's veelal het normbedrag van € 48.000 (€ 4.000 p/m). De versoepeling daarin voor innovatieve startups vervalt in 2023.
Verder wordt de zgn. doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon afgeschaft, waardoor het gebruikelijk loon veelal hoger (tot 25%) zal zijn door dga's en dus meer belasting afgedragen dient te worden in box 1.

De vrije ruimte in de WKR (werkkostenregeling) wordt 1,92% (2022: 1,7%) over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom. Daarboven is de vrije ruimte 1,18%. 

Voor 'buitenlanders' met bijzondere kwalificaties geldt een 30%-regeling. Deze wordt beperkt tot de WNT-jaarnorm van (2022) € 216.000. Verder dient elk jaar een keuze gemaakt te worden voor òf de 30%-regeling òf het op declaratiebasis vergoeden van de extraterritoriale kosten. Verder zijn er diverse striktere bepalingen opgenomen en is er een overgangsregeling geschapen.

IB-tarieven en schijven, heffingskortingen

De box-1 tarieven wordt iets verlaagd, met 0,14%. De grens tussen 2e en 3e schijf wordt iets verhoogd en komt op € 73.031 (2022: € 69.398). Het hoogste IB-tarief blijft 49,5%. De aanpassingen voor mensen geboren voor 1-1-1946 en die voor AOW-gerechtigden veranderen ook niet veel.

De Zvw-premie daalt van 7% in 2022 naar 6,75% in 2023.

Verder zal de arbeidskorting iets worden verhoogd, maar de algemene heffingskorting zal worden verlaagd. De IACK (inkomensafhankelijke combinatiekorting), van belang voor het combineren van jonge kinderen en werk, wordt vanaf 2025 afgeschaft, waarbij de regeling wel van toepassing blijft voor kinderen die op of vóór 31-12-2024 zijn of worden geboren.

De ouderenkorting en alleenstaande-ouderenkorting worden wat geindexeerd.

Aftrekposten in de IB

Voor veel aftrekposten, waaronder rente eigenwoningleningen, geldt dat dit tegen een maximaal tarief kan worden afgetrokken. Voor 2023 is dit maximum gesteld op 36,93% (2022: 40% [49,5% min 9,5%]).

Het EWF (eigenwoning forfait) is verlaagd van 0,45% naar 0,35% van de WOZ-waarde van de eigen woningen (bij minder dan € 1,2M). Door de stijging van de huizenprijzen is de verwachting dat per saldo het EWF gelijk blijft.

Verder wordt de giftenaftrek aangepast i.v.m. misbruik en moeilijkheid van controle.

IB-'pensioen' / FOR

De FOR (fiscale oudedagsreserve) is een uitstelmogelijkheid voor je belastingdruk (uitstel = géén afstel). In 2022 kun je nog 9,44% van de fiscale winst apart zetten in de FOR (met een max. van € 9.632) ofwel : doteren. Vanaf 2023 is geen dotatie meer mogelijk.

De opgebouwde FOR per 31-12-2022 kan op wel nog op gebrukelijke wijze worden afgewikkeld, meestal via:
 – geld inleggen in lijfrente-rekening of banksparen-rekening (uiterlijk bij staken onderneming);
 – de FOR bij bereiken AOW-gerechtigde leeftijd omzetten in een lijfrente/bankspaarprodukt;
 – de belasting betalen bij bereiken AOW-gerechtigde leeftijd.

TIP 1 Benut het laatste dotatiejaar 2022 en ga na of er nog inhaaldotatie mogelijk is of dotatie voor 2021 en eerdere jaren (kan nog als er nog geen definitieve aanslag IB is opgelegd die jonger is dan 6 weken).

TIP 2 Voor de meeste personen geldt dat het beste is om (ook in het verleden) gedoteerd geld aan de FOR om te zetten in een bankspaarprodukt of lijfrenteprodukt. Is daar het geld niet voor aanwezig, hou dan rekening met de IB-afrekening op je AOW-gerechtigde leeftijd.

IB-zelfstandigenaftrek

Voor IB-ondernemers die meer dan 1.225 u/jr (gem. 26u/wk) is hun onderneming werkzaam zijn, geldt een aftrekpost van de behaalde fiscale winst, de zgn. zelfstandigenafstrek. In 2022 is deze nog € 6.310, in 2023 wordt deze € 5.030. Evengrote verlagingen vinden plaats in 2024, 2025, 2026 en 2027, tot een bedrag in 2027 van € 900. 
Dit betekent voor een IB-ondernemer die belast wordt in de 2e schijf dat de fiscale winst jaarlijks bijna € 3.500 hoger wordt. 

IB-middeling

Bij sterk wisselende fiscale inkomens kun je nu nog achteraf over een driejaarsperiode herziening van je IB-aanslag vragen, waarbij je over het gemiddelde fiscale inkomen wordt belast. Vanwege de progressieve tariefstructuur in de IB leidt dat tot een teruggave (al geldt er wel een drempel van € 545). Deze middelingsregeling wordt afgeschaft, waarbij het laatste middelengstijdvak waarvoor de huidige regeling geldt de jaren 2022, 2023 en 2024 omvat.

Box 3 – Tarief en heffingsvrije vermogen

Voor box 3 heeft het belastingplan 2023 heeft goed nieuws: het heffingsvrije vermogen per belastingplichtige wordt verhoogd (€ 50.000 in 2021 en € 50.650 in 2022) naar nu € 57.000 in 2023 e.v. Voor fiscale partners geldt het dubbele bedrag als vrijstelling. Maar helaas ook slecht nieuws: op het forfaitaire rendement wordt nu nog een box 3-heffing geheven van 31%; dit tarief wordt nu jaarlijks met 1 procentpunt verhoogd, d.w.z.: (1-1-)2023 32%, (1-1-)2024: 33%, (1-1-)2025 34%.

TIP  Zorg dat op u op 31 december alle openstaande schulden en mogelijke vooruitbetalingen voor 2023 (bijv. jaarpremie zorgverzekering, voorschotnota's verbouwing/ zonnepanelen e.d.) hebt gedaan.

Box 3 – Overbruggingswet

Na de uitspraak van de Hoge Raad van 24 dec. 2021 is er de mogelijkheid voor 'rechtsherstel' voor de vermogensrendementsheffing (box 3-heffing) over het vermogen. Daarvoor is al het nodige in het nieuws geweest.
In een apart wetsvoorstel wordt o.m. voorgesteld: 
– Elke vermogenscategorie ( a. banktegoeden, b. overige bezittingen, c. schulden) krijgt een eigen forfaitair rendementspercentage;
– Bij a. banktegoeden en c. schulden wordt er uitgegaan van gegevens die gepubliceerd worden door DNB (De Nederlandsche Bank);
– Bij b. overige bezittingen wordt aangesloten bij langetermijnrendementen van onroerende zaken, aandelen en obligaties;
– Voor groene beleggingen en groene spaartegoeden gelden afzonderlijke vrijstellingen;
– Voor 'switchen' tussen vermogenscategorieën geldt een arbitrageperiode van 3 maanden (switchen tussen 1 okt. en 31 dec. en tussen 1 jan. en 31 mrt. is 'verdacht', tenzij er zakelijke overwegingen voor zijn). 

Box 3 – Onroerend goed

Voor woningen in de tijdelijke verhuur en voor 'gelieerde verhoudingen' (lees: familie en/of verbonden partijen) wordt de leegwaarderatio afgeschaft; voor deze woningen wordt vanaf de normale WOZ-waarde gehanteerd. Voor verhuurder woningen met huurbescherming wordt de leegwaarderatio geactualiseerd (lees: verhoogd).

BV-'pensioen'

De ODV (oudedagsverplichting), meestal de fiscale waarde van de oude pensioenverplichting die de dga in zijn eigen BV opbouwde, mogen fiscaal aangewend worden voor het aankopen van een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht, ook als dit gebeurt op een leeftijd ouder dan 'AOW-gerechtigd + 5'.

Aanmerkelijk belang (box 2)

Over dividenduitkeringen of verkoopwinsten bij het van de hand doen van aandelenpakketten waarin meer dan 5% van de aandelen worden gehouden, geldt dat deze belast worden in Box 2. In 2022 en 2023 gaat dat nog tegen het 'a.b.-tarief' van 26,9%, vanaf 2024 zijn er twee schijven: voor de eerste € 67.000 geldt da het tarief van 24,5% en voor het meerdere een tarief van 31%.

TIPS  Als er dividenduitkeringen nodig en mogelijk zijn, laat deze dan in 2022 of uiterlijk 2023 plaatsvinden. Het moment van vaststellen van het (interim-)dividend is daarbij bepalend (lees: de datum waarop de (bijzondere) aandeelhoudersvergadering wordt gehouden en het dividendbesluit wordt genomen). En vergeet als uitkerende B.V. niet om tijdig de dividendnota op te maken en de  dividendbelastingaangifte te doen.

Verder is op 13 september al het wetsvoorstel 'Excessief lenen bij de eigen vennootschap' aangenomen door de Tweede Kamer. Als dga/ondernemer geldt daarbij dat als je excessief leent, d.w.z. meer dan € 700.000 leent bij 'je eigen BV', het meerdere belast wordt in box 2 als zijnde een fictieve dividenduitkering. Bij deze € 700.000 gelden leningen van de vennootschap in verband met de fiscale eigen woning overigens niet mee. Voor op 31-12-2022 bestaande eigenwoningleningen geldt niet de eis dat aan de BV een recht van hypotheek is verstrekt (kadaster/ notaris!)

TIP 1.a.  Als er in 2022 uit eigen middelen is geïnvesteerd in renovatie van de eigen woning, in zonnepanelen, -folies, (hybride) warmtepompen, tuinaanleg  of andere eigenwoningaanpassingen, is het te overwegen hiervoor alsnog een lening bij de BV af te sluiten. Als er maximaal zes maanden zitten tussen de gedane uitgaven en de datum van afsluiten van de lening bij de BV wordt dit gewoonlijk geaccepteerd.

TIP 1.b.  De lening wordt pas bij de belastingdienst gemeld via het indienen van de aangifte inkomstenbelasting; het is raadzaam een lening via onderhandse akte wel te laten legaliseren (uw handtekening zetten op de leningsakte bij gemeentekantoor, waarbij de ambtenaar u identificeert aan de hand van paspoort/identiteitskaart | kan ook bij een notaris)

TIP 2  Als de huidige rekening-courant boven de € 700.000 uitkomt, los dan hierop af op of vóór 31 december 2022.

VPB-tarieven en schijven

De B.V. hebben voor hun winstbelasting (VPB) te maken met twee schijven en tarieven. De eerste schijf (nu: € 395.000) wordt in 2023 verlaagd naar € 200.000. Winsten boven de schijfgrens worden nu belast met 25,8% en dit tarief blijft gelijk.
Het 1e-schijfstarief VPB gaat van nu 15% naar 19% in 2023. 

TIP  Als er sprake is van een fiscale eenheid is dit voor winstmakende BV's ongunstig. Gezien de schijfgrens-verandering kan het  verstandig zijn de fiscale eenheid te verbreken vóór of per 31-12-2022.

Schenkbelasting-vrijstellingen

In 2022 is het nog mogelijk onbelast een 'jubelton' van € 106.671 te schenken voor een eigen woning (zou ook kunnen in andere verhoudingen dan de meest voorkomende: ouder/kind, grootouder/kleinkind, oom-tante/neef-nicht). De ontvanger is daarbij een volwassene van maximaal 40 jaar oud. Dit bedrag wordt in 2023 verlaagd naar € 28.947.
De 2022-vrijstelling kan uiterlijk worden benut als eigen-woning-besteding op 31 december 2024.
Voor onbenut gebleven delen van de 2022-maximumvrijstelling geldt dat deze uiterlijk als 2023-schenking kan worden benut, maar niet meer in 2024.

TIP  Als de intentie er al is, en het geld: schenk dan in 2022 nog het 'jubelton'-bedrag. Het 'ergste' dat kan gebeuren is dat achteraf blijkt (2025.. ) dat het geld niet (tijdig) is besteed aan een eigen woning en dan is er achteraf alsnog schenkingsrecht verschuldigd. Bij ouder-kind-verhoudingen gaat het dan om een tarief van 10%.

De eenmalig verhoogde vrijstelling van ouders aan hun kind(eren) wordt iets hoger (€ 28.947). De leeftijdgrens van 40 jaar blijft staan. De jaarlijkse vrijstellingen worden iets geïndexeerd.

Overdrachtsbelasting

Voor de huizenmarkt geldt een forse verhoging van het tarief in de overdrachtsbelasting: van 8% naar 10,4%. 
Dit algemene tarief geldt niet voor starters op de woningmarkt. Eisen hiervoor: A. Koper van een 1e huis, B. Koper is een volwassene die nog geen 35 jaar is, C.  De waarde van de woning [taxatie-rapport!] is niet meer dan € 440.000 (2022: € 400.000)).

TIP  Als de intentie er al is en je hebt de mogelijkheid als koper: laat de notariële transportakte op of vóór 31 december 2022 passeren. En maak op tijd afspraken met de notaris, die heeft het altijd al druk in december …. .

Zonnepanelen c.a.

Voor leveringen e.d. van zonnepanelen en zonnepanelen als (geïntegreerde) dakbedekking geldt vanaf 1 januari 2023 het btw-tarief van 0%. Daardoor hoeven mensen zich niet meer te gaan registreren als btw-ondernemer, één btw-aangifte te doen en daarna weer vrijstelling van btw-aangifte te verzoeken.

TIP 1  Als de intentie er al is om zonnepanelen aan te schaffen: laat de levering uitstellen tot (ver) nà 1 januari 2023. Als er ruimte is in de tuin of op het garage-/schuurdak, zijn de aanlegkosten vaak ook een stuk lager.

TIP 2  Als het gewicht en de omvang van klassieke zonnepanelen een probleem zijn, kunt u ook gaan voor zonnefolie à 500 g/m2 van Nederlands fabrikaat (bedrijf HyET Solar, Kleefse Waard, Arnhem). Zeker voor grotere bedrijfspanden is dit een goed alternatief.

Belastingen bij vervoermiddelen (auto's)

In de inkomstenbelasting geldt voor iedere auto een bijtellingspercentage van 22% van de cataloguswaarde van een auto. Dit percentage verandert niet. Voor de elektrische / emissievrije auto geldt een korting hierop van 6%-punt. Dit blijft ook gelden voor 2024, in 2025 wordt dit 5%-punt en in 2026 0%-punt. I.a.w. : in 2022, 2023 en 2024: 16% bijtellen, in 2025: 17% en in 2026: 22%.

Voor ondernemers geldt nu nog een BPM-vrijstelling voor bestelauto's, deze wordt per 1-1-2025 afgeschaft. Ook wordt de afschrijvingstermijn van bestelauto's verlengd van 5 naar 25 jaar.

De wegenbelasting (MRB) voor bestelauto's wordt in 2025 verhoogd met 15% en in 2026 komt daar nog 6,96% bij.

TIP  Als de intentie er al is om een bestelauto binnen nu en vier jaar te gaan vervangen en vooral als de bestelauto economisch al is afgeschreven, is het zaak nog in 2022, 2023 of 2024 een bestelauto aan te schaffen. Als dit vanwege aandrijfsystematiek samen kan lopen met zonnepanelen of zonnefolie, bespaart u naar de toekomst toe voldoende uit. Wacht niet te lang, dadelijk zijn de dealers te druk of zijn er leveringsproblemen met bestelbusjes …. 

De verlaging van de accijnstarieven voor ongelode benzine (17,1 ct), diesel (11,1 ct) en LPG (4,1 ct) die sinds april 2022 gelden, worden verlengd tot 30 juni 2023. Vanaf 1 juli 2023 gelden fikse verhogingen, dan komen de accijnstarieven voor ongelode benzine op 78,91ct,  voor diesel op 51,63 ct en voor LPG op 18,82 ct.

Toeslagen

Kindgebonden budget  Vanaf 2023 geldt er een bedrag per kind per jaar. Voor het enig of eerste kind is dit in 2023 € 1.653, voor volgende kinderen € 1.532. Bij een alleenstaande ouder wordt het KGB verhoogd met een vast bedrag van € 3.848, ongeacht het aantal kinderen.

Zorgtoeslag  De maximale zorgtoeslag stijgt met € 514 voor 1-persoonshuishoudens tot € 1.850 (€ 154 p/m) en met € 613 tot € 3.166 (€ 264 p/m) voor meerpersoonshuishoudens; meer dan de door het kabinet verwachte premiestijgingen van de ziektekostenverzekering. Omdat lagere inkomens meer profiteren van zorgtoeslag, zit hier een eenmalige compensatie van de koopkracht in.

Zorgverzekering

Het kabinet gaat voor 2023 uit van een gemiddelde jaarpremiestijging van € 135 tot een jaarpremie van € 1.694 (€ 141 p/m).
De feitleijke premiestijging maken ziektekostenverzekeraars uiterlijk 12 november bekend. Het verplicht eigen risico blijft € 385 per volwassene. Verder wordt het basispakket op onderdelen aangepast (zoals o.m.: vitamine D eruit, NIPT-test erin).

Wet Toekomst Pensioenen (WTP)

Al langer is bekend dat deze WTP per 1 januari 2023 in werking treedt. Voor werknemers en vooral voor werkgevers en branch-organisaties: werk aan de winkel. Hier kort enige aandachtspunten:
a Uiterlijk 31-12-2026 moet de pensioenovereenkomst omgezet zijn naar een BPR (beschikbare premieregeling) met een vast premie-% tot een maximum van 30%. Tot 2037 mag er extra 3% worden ingelegd ter compensatie van afschaffing van een stijgende staffel (als deze nu geldt).
b Uiterlijk 31-12-2026 moeten bestaande eindloonregelingen en middelloonregelingen omgezet worden voor de toekomstige opbouw. Opgebouwde rechten blijven in stand òf zij worden omgezet in het nieuwe systeem als eenmalige inleg pensioenkapitaal.
c Bestaande premieregelingen met stijgende staffel en middelloonregelingen mogen tot 2027 blijven bestaan en werknemers die daarin deelnemen op 31-12-2026 mogen in deze regeling blijven tot aan hun pensioendatum. 
d De pensioenuitvoerder moet de deelnemers/werknemers adequaat begeleiden in de (meerdere) keuzemogelijkheden in de nieuwe pensioensystematiek.Zoals bijv. keuze hoog/laag, gevolgen deeltijdpensioen, uitruil OP en NP, opname 10%-ineens (per 1-7-2023).
e Lijfrente-inbouw voor het pensioen, met ruimere mogelijkheden.

Met name voor werkgevers die een eigen ondernemingspensioenfonds hebben of werken met een pensioenverzekeraar of PPI is het verstandig tijdig te beginnen met de voorgeschreven wijzigingen WTP.

Voor dga's geldt dat er grotere (fiscale) ruimte komt om lijfrente op te bouwen, vaak goed te realiseren via een bancaire lijfrente (die vererft en blijft dus altijd 'in stand').

 

Vragen? Bel of mail Ad!
06-10525012 | ad@addelaat.nu .